Naar hoofdinhoud
1.. De raad kan een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor de gronden aanvoeren. 2.. De commissie voert gemiddeld één onderzoek uit per twee jaar. 3.. De commissie bepaalt zelfstandig het onderzoeksonderwerp, waarbij zij rekening houdt met de verzoeken van de raad. 4.. De raad wordt geïnformeerd over het onderzoeksplan. 5.. Met betrekking tot de onderzoeksonderwerp formuleert de commissie de probleem- en/of de vraagstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 6.. In aanvulling op lid 4, met betrekking tot onderzoeksonderwerpen ingebracht door de raad, zal de probleem- en/of vraagstelling in overleg met de raad worden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel