Naar hoofdinhoud
1.. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit. Artikel 81d van de Wet is van overeenkomstige toepassing. 2.. Het lidmaatschap van een intern lid van de commissie eindigt: op eigen verzoek; indien het lid aftreedt als lid van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is voor het lidmaatschap van de commissie. 3.. Het lidmaatschap van de voorzitter eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; wanneer de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel het lid bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien de voorzitter naar het oordeel van de raad blijvend ongeschikt is het lidmaatschap van de commissie naar behoren te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel