Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de definitieve oplaadlocatie van het oplaadobject en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
de gebruiker heeft geen mogelijk om op eigen terrein een oplaadobject met parkeergelegenheid te creëren;
de behoefte aan een oplaadobject blijkt indien een potentiële gebruiker bekend is binnen een straal van hemelsbreed 250 meter van de aangevraagde oplaadlocatie;
er zijn geen bestaande oplaadobjecten op of aan de weg binnen de genoemde straal van 250 meter waarvan de bezettingsgraad dusdanig is dat gecombineerd gebruik kan plaatsvinden;
de desbetreffende ondergrond is in eigendom van de gemeente;
de oplaadlocatie van het oplaadobject is voldoende vindbaar en zichtbaar;
het is aannemelijk dat de oplaadlocatie door meerdere gebruikers gedeeld kan worden (dit om te voorkomen dat er “privé-parkeerplaatsen” gecreëerd worden);
het oplaadobject kan eventueel worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en er kunnen – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen worden bediend;
het betreft een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken;
de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) blijft gewaarborgd;
er zijn geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen of kabels en leidingen;
het oplaadobject past in de geldende kwaliteitseisen voor de omgeving;
er is geen sprake van strijdigheid met geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen.
Artikel 5.
Definitieve oplaadlocatie oplaadobject
Onderdeel van Beleidsregel openbare oplaadobjecten elektrische voertuigen De Fryske Marren 2016