**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op: 2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter; 2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 2,3 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 2,1 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter;
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op: 16,5 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter; 23,0 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 18,9 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 9,0 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter;
**2..** Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantalvaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2016