Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Bepalen parkeeropgave

Onderdeel van tst Regeling Parkeernormen 2016

Er moet, afhankelijk van de omvang, de bestemming, de functie en het gebruik van het gebouw en/of het terrein, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto´s parkeerruimte op het eigen terrein worden aangelegd conform de parkeeropgave. De parkeeropgave wordt bepaald op basis van de Parkeerkencijfers CROW en de in het bijgevoegde kaartbeeld aangegeven indeling in schil centrum, centrum, niet stedelijk, matig stedelijk, sterk stedelijk en zeer sterk stedelijk. Een berekening die resulteert in een getal met een decimaal, wordt bij decimalen van 4 of lager afgerond naar hetzelfde getal en bij decimalen hoger dan 4 afgerond naar het eerstvolgende getal. De parkeeropgave wordt als volgt bepaald: het gemiddelde in de bandbreedte van het Parkeerkencijfer CROW bepaalt de parkeeropgave. Het realiseren van meer parkeerruimte is toegestaan tot aan de bovengrens die in de bandbreedte van het Parkeerkencijfer CROW is aangegeven. Bij het bepalen van de parkeeropgave wordt onderscheid gemaakt in aandelen gebruikers en bezoekers. Gebruikers zijn de bewoners en de bedrijven die in een bouwwerk of op een terrein woonachtig of gevestigd zijn; Als er gerekend wordt met meerdere functies met afwijkende aanwezigheidspercentages wordt rekening gehouden met meervoudig gebruik, mits aannemelijk is dat dat in de praktijk ook als zodanig zal functioneren; In geval van een functiewijziging van een bouwwerk en/of een terrein wordt rekening gehouden met aanwezige parkeerplaatsen die op basis van die functie en de huidige parkeerkencijfers aan die te vervallen functie kunnen worden toegeschreven, mits die functie in de laatste twee jaren vóór de datum van aanvraag omgevingsvergunning in de praktijk aanwezig was. 2.4.1 Het bevoegd gezag kan, indien en voor zover het voldoen aan de parkeeropgave op eigen terrein op overwegende bezwaren vanuit stedenbouwkundige redenen stuit, de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden voor het aandeel gebruikers van de parkeeropgave, indien; in een parkeervergunningengebied het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen van de parkeersector niet is en/of door toevoeging van het plan niet wordt bereikt en / of; in een parkeervergunningengebied het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen van de parkeersector is en/of door toevoeging van het plan wordt overschreden, alleen onder de voorwaarde dat het gebouw op de POET-lijst wordt geplaatst en dat het aannemelijk en gewaarborgd is dat op een andere wijze in de parkeeropgave is voorzien binnen het invloedgebied en / of op een bij de functie van het plan behorende maximale acceptabele loopafstand en / of; buiten het parkeervergunningengebied de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen het invloedgebied door het plan onder de 80% is en blijft en / of; buiten het parkeervergunningengebied de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen het invloedgebied door het plan boven de 80% is of komt alleen onder de voorwaarde dat het aannemelijk en gewaarborgd is dat op een andere wijze in de parkeeropgave is voorzien binnen het invloedgebied en/of; door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte noodzakelijk is. 2.4.2 Van de parkeeropgave voor het aandeel bezoekers wordt alleen afwijking verleend voor zover de parkeerdruk binnen het invloedgebied door het plan voor het aandeel bezoekers onder de 80% is en blijft, tenzij het aannemelijk en gewaarborgd is dat op andere wijze in de parkeeropgave voor het aandeel bezoekers is voorzien binnen het invloedgebied; 2.4.3 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van de bovengrens indien het voldoen aan die regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 2.4.4 De ruimte in uit te geven parkeervergunningen in een parkeersector ten behoeve van gebruikers en/ of een toevoeging aan de parkeerdruk in het invloedgebied van een plan die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning en/of het toestaan van een plan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijven bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing; 2.5 Het bevoegd gezag kan, indien het voldoen aan de parkeeropgave volgens het bevoegd gezag op overwegende bezwaren vanuit stedenbouwkundige redenen stuit, de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen voor plannen waarvan de parkeeropgave maximaal twee parkeerplaatsen bedraagt en die gelegen zijn in het centrum. De afwijking wordt alleen verleend onder de voorwaarde dat de gebruikers van het plan niet voor een parkeervergunning in aanmerking komen, tenzij en voor zover het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen van de parkeersector niet is en door toevoeging van het plan niet wordt overschreden.

Rechtspraak bij dit artikel