Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Kapverbod

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Baarn 2016

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, houtopstanden te vellen of doen vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden als bedoeld in artikel 15 Boswet zijnde: wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand niet staande in een erf of tuin en gelegen buiten de bebouwde kom, mits deze houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: schubconiferen behorend tot de soort: Chamaecyparis (schijncypres); xCupressocyparis (leylandcypres); Platycladus (Japanse levensboom); Thuja (levensboom); Thujopsis (Hiba cypres). Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden die staan op percelen kleiner dan 350 m2, mits het perceel niet is gelegen in een beschermd dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35 Monumentenwet 1988. Het bevoegd gezag kan indien houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt daarna zo spoedig mogelijk schriftelijk bekend gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel