De in deze nota opgenomen parkeernormen en richtlijnen zijn minimum waardes. Voor het deelgebied Centrum zijn voor autoparkeren ook maximum waardes geformuleerd. Deze bovengrens vloeit voort uit het mobiliteitsbeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch met de wens om het aantal auto’s in het Centrum te beperken. In deze paragraaf zijn de parkeernormen voor wonen, werkgelegenheid en winkelen inclusief een toelichting opgenomen. Bijlage 2 bevat het totaaloverzicht met parkeernormen en richtlijnen.
Een parkeernorm of richtlijn is opgebouwd uit een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. In de tabellen waarin de parkeernormen en richtlijnen voor de verschillende functies zijn opgenomen, is naast de volledige parkeernorm of richtlijn het bezoekersdeel inzichtelijk gemaakt. Dit aandeel is onder andere relevant indien parkeervoorzieningen bij een functie voornamelijk op eigen terrein worden gerealiseerd en niet openbaar toegankelijk zijn. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het bezoekersdeel van een functie bij voorkeur openbaar toegankelijk is. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat bij kantoren bezoekers, nadat ze zich hebben aangemeld, op het eigen terrein parkeren.
Het is aan de aanvrager van de omgevingsvergunning om de parkeerbehoefte inzichtelijk te maken. Op basis van de door aanvrager aangedragen argumenten en overwegingen toetst de gemeente de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
Wonen
CROW relateert de parkeerkencijfers voor woningen aan de prijsklasse, type en huur of koop. In ‘s-Hertogenbosch is er voor gekozen om de verscheidenheid aan woningen die hieruit volgt te vereenvoudigen en enkel onderscheid te maken naar het bruto vloeroppervlak achter de voordeur (m2 bvo). ( Over de maat ‘bvo’ (oppervlakte achter de voordeur, gemeten conform de meetmethoden van NEN2580) bestaat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de maat ‘gebruiksoppervlakte’ (gbo), geen onduidelijkheid in de planfase.)
In een vroeg stadium is bij nieuwbouw- en functieverandering de oppervlakte in elk geval al bekend, terwijl bijvoorbeeld de prijsklasses discussie kan geven.
functie
Zone 1 (min – max)
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Buiten-gebied
Waar-van bezoe-kersdeel
eenheid
woning tot 40 m2
0,5
0,5
0,55
0,65
0,65
0,7
0,7
0,3
per woning
woning 40 - 80 m2 sociale huur woning 40 - 80 m2
1
1,2
1,4
1,6
1,1
1,3
1,2
1,5
1,2
1,4
1,4
1,6
1,4
1,6
0,3
per woning
woning 80 – 150 m2
1,3
1,7
1,5
1,7
1,6
1,8
1,9
0,3
per woning
woning > 150 m2
1,4
1,8
1,6
1,8
1,7
2
2,1
0,3
per woning
kamerverhuur studenten
0,25
0,3
0,25
0,25
0,25
0,25
0,25
0,25
per kamer
aanleunwoning
0,4
0,6
1,0
1,1
1,1
1,1
1,2
0,3
per woning
verpleeg/verzorgingstehuis
0,6
0,7
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
0,3
per wooneen-heid
* Geldt zowel voor zelfstandige als onzelfstandige woningen. Deze woningen zijn doorgaans studio’s en geschikt voor eenpersoonshuishoudens.
In de tabel met parkeernormen voor woningen wordt gesproken over ‘kamerverhuur studenten’. Hieronder wordt verstaan huisvesting van studenten door een toegelaten instelling, waarbij de verhuurder dient te verklaren dat de woonruimten worden verhuurd met een campuscontract (huurbeëindiging na afloop van studie). ( Vanwege handhaafbaarheid geldt dit enkel voor toegelaten instellingen. Naast wooncorporaties kunnen ook commerciële bedrijven als toegelaten instelling worden aangemerkt.)
Als eenheden voor ‘kamerverhuur studenten’ worden verkocht moet worden voldaan aan de parkeernorm voor gewone woningen, passend bij de nieuwe functie.
De functie zorgwoningen kan breed worden geïnterpreteerd. Daarom geldt voor deze functie het volgende onderscheid:
Intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (dagverzorging). Deze zorgwoningen vallen onder de categorie verpleeg-/verzorgingshuis.
Extramurale zorgwoningen voor zorgbehoevenden met behoefte aan zorg op afroep. Dit type zorgwoningen valt onder de categorie aanleunwoning.
Extramurale zorgwoningen voor vitale bewoners. Voor dit type zorgwoningen gelden de parkeernormen voor reguliere woningen.
Bij overlap wordt gerekend met de categorie met de hoogste parkeernorm.
Voorbeeld:
Bij een ontwikkeling worden levensloopbestendigen woningen gerealiseerd met demogelijkheid tot inkoop van zorg. Ook bewoners zonder zorgindicatie (dus niet zorgebehoevend) kunnen deze woningen bewonen. In dit geval dient de parkeernorm voor reguliere woningen aangehouden te worden.
Werkgelegenheid
In zones 3, 5 en het buitengebied zijn de werkgelegenheidsfuncties vooral op geclusterde bedrijventerreinen gelegen. Deze locaties zijn gesitueerd langs de snelwegen en de bereikbaarheid per openbaar vervoer naar deze locaties is niet optimaal. Zeker voor werknemers van buiten ’s-Hertogenbosch is de bereikbaarheid per auto beduidend beter dan met het openbaar vervoer. Daarnaast is er een tendens waarneembaar dat bij kantoren en bedrijven minder vierkante meter per persoon gebruikt wordt (onder meer door Het Nieuwe Werken). Daarom is ervoor gekozen om voor de zones 3, 5 en buitengebied de maximum CROW-parkeerkencijfers als minimum parkeernorm te hanteren in plaats van de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers.
functie
Zone 1 (min – max)
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Buiten-gebied
Bezoe-kers-deel
eenheid
kantoor
1,15
1,4
1,55
1,9
1,95
2,3
2,8
5%
per 100 m2 bvo
bedrijf arbeidsextensief/
bezoekersextensief
0,65
0,9
0,75
1,2
0,85
1,3
1,3
5%
per 100 m2 bvo
bedrijf arbeidsintensief/bezoekers-extensief
1,35
1,6
1,75
2,4
1,95
2,6
2,6
5%
per 100 m2 bvo
Onder arbeidsextensieve/bezoekers extensieve bedrijven worden bedrijven verstaan zoals een loods, opslag of transportbedrijf. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo.
Arbeidsintensieve/bezoekers extensieve bedrijven zijn bijvoorbeeld industrie, garagebedrijf, laboratorium of werkplaatsen. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 25-35 m2 bvo.
Winkelen
Voor een aantal winkelfuncties zijn specifieke parkeernormen bepaald. Deze parkeernormen zijn specifiek voor ‘s-Hertogenbosch. Ten opzichte van CROW zijn een aantal functies samengevoegd, aangezien het bij de realisatie van de functie op voorhand niet vast te stellen is, welk type detailhandel zich hier zal vestigen. Daarnaast geldt dat functieverandering in de loop van tijd regelmatig kan optreden. Door samenvoeging van deze functies wordt er dus gekozen voor een toekomstbestendige parkeeroplossing.
Alleen voor de meest voorkomende winkelfuncties zijn parkeernormen opgesteld. Voor de minder voorkomende functies, zoals bouwmarkt, tuincentrum of meubelboulevard gelden de CROW-parkeerkencijfers als richtlijn. Initiatiefnemers van dergelijke functies hebben vaak een duidelijk beeld van de benodigde parkeeroplossing.
functie
Zone 1 (min - max)
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Buiten-gebied
Bezoe-kers-deel
eenheid
kernwinkelapparaat
3,6
4,1
-
-
-
-
-
99%
per 100 m2 bvo
stadsdeelcentra
-
-
5,2
6,3
5,2
-
-
85%
per 100 m2 bvo
wijkwinkelcentra
-
-
4,3
5,1
-
5,1
5,1
80%
per 100 m2 bvo
detailhandel overige gebieden
-
-
3,1
3,7
-
3,7
3,7
72%
per 100 m2 bvo
supermarkt
3,3
4,3
4,5
5,6
5,6*
5,6
5,6
93%
per 100 m2 bvo
commerciële dienstverlening
1,55
1,8
1,85
2,25
2,35
2,85
3,55
20%
per 100 m2 bvo
* Autogebruik voor supermarkten is in het centrum van Rosmalen vergelijkbaar met het gedrag in de rest bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch en de overige kernen. Daarom wordt voor dit gebied ook eenzelfde parkeernorm gehanteerd.
Op basis van de winkelstructuur van ’s-Hertogenbosch geldt de volgende indeling voor de verschillende winkelcategorieën:
Kernwinkelapparaat zijn de winkels in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch;
Stadsdeelcentrum is winkelcentrum Kom Rosmalen en de Helfheuvelpassage;
Wijkwinkelcentra zijn de winkelcentra Rompertpassage, Maaspoort, Mgr Van Roosmalenplein en Molenhoekpassage.
Detailhandel op andere locaties valt in de categorie detailhandel overige gebieden.
Onder commerciële dienstverlening worden bedrijven verstaan zoals een makelaar, hypotheekverstrekker, kapper of zonnebankstudio.
Sport, cultuur en ontspanning
De parkeerbehoefte van deze functies is afhankelijk van onder andere de doelgroep, formule en het verzorgingsgebied. Daarom zijn voor deze functies geen parkeernormen opgesteld, maar kunnen de richtlijnen (zie bijlage 2) gebruikt worden bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
Horeca en verblijfsrecreatie
De parkeerbehoefte van deze functies is afhankelijk van onder andere de formule en het verzorgingsgebied. Daarom zijn voor deze functies geen parkeernormen opgesteld, maar kunnen de richtlijnen (zie bijlage 2) gebruikt worden bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
De parkeerbehoefte van deze functies is afhankelijk van onder andere de doelgroep, formule en het verzorgingsgebied. Daarom zijn voor deze functies geen parkeernormen opgesteld, maar kunnen de richtlijnen (zie bijlage 2) gebruikt worden bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
Onderwijs
De parkeerbehoefte van deze functies is afhankelijk van onder andere de doelgroep en het verzorgingsgebied. Daarom zijn voor deze functies geen parkeernormen opgesteld, maar kunnen de richtlijnen (zie bijlage 2) gebruikt worden bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
4
Artikel 4.3
Parkeernormen en richtlijnen auto
Onderdeel van Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets