Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Confrontatie parkeerbehoefte met parkeeraanbod

Onderdeel van Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets

In de tweede stap wordt de parkeerbehoefte geconfronteerd met het geplande parkeeraanbod. Wanneer het geplande parkeeraanbod groter is dan de parkeerbehoefte kan verder worden gegaan met stap 4, zo niet dan wordt stap 3 nog doorlopen. Uitzondering hierop vormen ontwikkelingen in deelgebied Centrum. Voor ontwikkelingen in dit gebied dient nog gecontroleerd te worden of het geplande parkeeraanbod niet groter is dan de parkeerbehoefte op basis van de maximum waarde van de parkeernorm of richtlijn. Uitgangspunt is dat het geplande parkeeraanbod op eigen terrein wordt gerealiseerd. Parkeerplaatsen op eigen terrein Een parkeerplaats geldt als parkeerplaats op eigen terrein indien: de parkeerplaats in eigendom is bij de initiatiefnemer of; de parkeerplaats in erfpacht is uitgegeven, verhuurd of in gebruik is gegeven aan de inititiatiefnemer of; in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, de huur- of de koopovereenkomst of in de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat parkeergelegenheid is bedoeld voor het adres van de initiatiefnemer. Maatvoering autoparkeren op eigen terrein Een individuele parkeerplaats moet voldoen aan de volgende minimale afmetingen: ten minste 2,50 m breed en 5,50 m lang (carport of oprit); ten minste 2,80 m breed en 5,50 m lang (garagebox); Kleinere parkeerplaatsen worden niet als parkeerplaats beschouwd. Voor parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen gelden de maten zoals opgenomen in de meest recente NEN2443:2013. Rekenwaarde autoparkeren Voornamelijk bij woningen blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een garage(box) niet altijd wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij de parkeernormering geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Parkeerplaatsen in een garage(box), oprit of carport bij woningen worden daarom niet als volwaardige parkeerplaats meegeteld. In tabel 5.1 is aangegeven in welke mate het parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt aan de aanbodzijde. parkeervoorziening theoretisch aantal berekeningsaantal enkele oprit zonder garage(box) 1 0,8 lange oprit zonder garage(box) of carport 2 1,5 dubbele (brede) oprit zonder garage(box) 2 1,7 garage(box) zonder oprit (bij woning) 1 0,25 garage(box) (niet bij woning) 1 0,5 garage(box) met enkele oprit 2 1,0 garage(box) met lange oprit 3 1,5 garage(box) met dubbele (brede) oprit 3 1,7 Tabel 5.1: Berekeningsaantal parkeervoorzieningen bij woningen (gebaseerd op CROW) Maatvoering fietsparkeren Bij de toetsing van de fietsparkeeroplossing wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen van CROW, zoals vermeld in ‘Leidraad fietsparkeren’. Publicatie 291 d.d. december 2010. Doelgroep parkeren De hierboven vermelde maatvoering zijn minimale maten. Bij de vormgeving van de parkeerplaatsen dient altijd rekening te worden gehouden met de doelgroep die van deze parkeerplaatsen gebruik gaan maken. Hierbij kan worden gedacht aan: gehandicaptenparkeerplaatsen; oplaadpunten voor elektrische voertuigen (auto en fiets); parkeerruimte voor bakfietsen; stallingsruimte voor scooters en bromfietsen; stallingsruimte voor scootmobielen. CROW hanteert de richtlijn dat in de openbare ruimte 2% van de parkeerplaatsen als gehandicaptenparkeerplaatsen zijn ingericht.

Rechtspraak bij dit artikel