**1..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven
van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
**2..** Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft
of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting als bedoeld in
artikel 10, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder
van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten
tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de
huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar
de huurder wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd;
als blijkt dat een ander in het kentekenregister had
moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt
als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a wordt
niet geheven van degene die op de voet van het tweede
lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft
geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt
dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil
van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij
dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt
geheven van degene die de vergunning heeft
aangevraagd.