**1..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het
parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het lid 1 moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na
het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het
parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt
door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop
de vergunning wordt verleend.