**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Wet: de Wet werk en bijstand (Stb.2003, 375)
Alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch
jonger dan 65 jaar, die geen tot zijn last komende kinderen
heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander
tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
Alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch
jonger dan 65 jaar, die de volledige zorg heeft voor een of
meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke
huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een
bloedverwant in de eerste graad;
Gehuwde: een persoon die gehuwd is en 21 jaar of ouder is,
en beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar. Alsmede een
ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch niet ouder dan 65 jaar,
die met een persoon van 21 jaar of ouder, doch niet ouder
dan 65 jaar, een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het
betreft een bloedverwant in de eerste graad;
Kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of
stiefkind;
Gezin:
de gehuwden tezamen;
de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende
kinderen;
Ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie
de alleenstaande ouder of het (echt)paar aanspraak op
kinderbijslag kan maken, en in Nederland woont;
Inkomensafhankelijk kind:
het ten laste komend kind, alsmede het inwonende
meerderjarig kind:
dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt als
bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de
studiefinanciering of in hoofdstuk III van de Wet
tegemoetkoming studiekosten of in hoofdstuk III van
de Algemene Kinderbijslagwet;
van 18 tot 21 jaar dat een inkomen heeft van ten
hoogste de bijstandsnorm;
Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een
besluit is betrokken;
Woning: een woning, een wooneenheid, een woonwagen en een
woonschip;
Woonlasten: indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum
van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende
huurprijs als omschreven in artikel 1 van de Wet individuele
huursubsidie (Stb. 1986, 265);1.
2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag
per maand omgerekende som van de verschuldigde
hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van
de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder
zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, de
onroerende zaakbelasting (eigenaarsdeel), de
opstalverzekering en de waterschapslasten;
3. indien een huurkamer wordt bewoond: de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de kamerhuur en de kosten van
energie van de huurkamer;
4. indien sprake is van kost en inwoning: het kostgeld per
maand onder aftrek van de huishoudelijke uitgaven waarbij
onder huishoudelijke uitgaven wordt verstaan: de kosten van
voeding en versnapering, was- en schoonmaakartikelen,
inventaris/onderhoud huis en tuin, gas/andere brandstoffen,
elektriciteit, water en heffingen;
5. indien een woonwagen in huur dan wel in eigendom wordt
bewoond, de tot een bedrag per maand herleidde op 1 juli
geldende woonkosten, als omschreven in artikel5, tweede lid
van de Beschikking geldelijke steun ten behoeve van het
bekostigen van de bewoning van een woonwagen;
6. overige woonkosten zoals kosten van verzekeringen en
belastingen verbonden aan de woning; kosten van gas, water
en elektriciteit;contributies en abonnementen.
Hoofdverblijf: de woning of wooneenheid waar de
belanghebbende werkelijk verblijft;
Netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in
artikel 8, 1e lid, sub a van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak waarop een
werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat
minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de
daarvan in te houden loonbelasting, premies
volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het
werknemersaandeel ziekenfondspremie;
Algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;
Bijstandsnorm: het bedrag per maand bedoeld in Hoofdstuk 3
paragraaf 2 van de wet;
Verzorgingsbehoeftige: degene die voor beroepsmatige
verzorging in een bejaardentehuis of een andere inrichting
ter verpleging of verzorging is geïndiceerd;
Huurovereenkomst: een schriftelijke individuele huur-,
onderhuur- of kostgangersovereenkomst krachtens anders dan
om niet, voorzien van schriftelijke bewijzen van
betaling.
**2..** Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder, die
duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij of zij gehuwd
is.
**3..** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van
21 jaar of ouder hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij
blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren
van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins,
tenzij het betreft een bloedverwantschap in de eerste graad.
**4..** Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht
indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde
woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
verlening van bijstand als (echt)paar zijn aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract;
of
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het
derde lid.