Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Alleenstaande en alleenstaande ouder

Onderdeel van Toeslagenverordening gemeente Bergen

1.. 1. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande en de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet geheel kunnen delen deze kosten met een ander, dan wel: in wiens woning in een of meer inkomensafhankelijke kinderen hun hoofdverblijf hebben; in wiens woning een ander die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door belanghebbende wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen andere zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is 10% van het minimumloon. 4.. De kosten van het bestaan die met een ander kunnen worden gedeeld houden voor de toepassing van dit artikel de woonlasten in. 5.. (Onder)verhuurders en kostgevers zijn uitgesloten van andere toeslagen dan de gemeentelijke garantietoeslag van 10% van het minimumloon. 6.. De bijstandsnorm wordt niet verhoogd met een toeslag indien in een woning van de alleenstaande of de alleenstaande ouder, twee of drie kostgangers en/of (onder)huurders hun hoofdverblijf hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel