**1..** 1. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
alleenstaande en de alleenstaande ouder hogere algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de
bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet geheel kunnen delen
deze kosten met een ander, dan wel:
in wiens woning in een of meer inkomensafhankelijke kinderen
hun hoofdverblijf hebben;
in wiens woning een ander die de belanghebbende als
verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als
verzorgingsbehoeftige door belanghebbende wordt verzorgd,
zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande
en alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens
woning geen andere zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in
artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet
van toepassing is 10% van het minimumloon.
**4..** De kosten van het bestaan die met een ander kunnen worden gedeeld
houden voor de toepassing van dit artikel de woonlasten in.
**5..** (Onder)verhuurders en kostgevers zijn uitgesloten van andere
toeslagen dan de gemeentelijke garantietoeslag van 10% van het
minimumloon.
**6..** De bijstandsnorm wordt niet verhoogd met een toeslag indien in een
woning van de alleenstaande of de alleenstaande ouder, twee of drie
kostgangers en/of (onder)huurders hun hoofdverblijf hebben.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Alleenstaande en alleenstaande ouder
Onderdeel van Toeslagenverordening gemeente Bergen