Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in
het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
middel van vervoer te bevinden op of aan de door de
burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de uren
daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de
bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken
(verblijfsontzegging).
Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar
van , zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de
verblijfsontzegging.
3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod,
indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
betrokkene noodzakelijk is.
4.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod.
Afdeling 2 Betoging
Artikel 2:2
Optochten(vervallen)
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
plaatsen
Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
tijdstip van aanvang en van …beëindiging;
de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
de plaats van beëindiging;
voorzover van toepassing, de wijze van
samenstelling;
maatregelen die degene die de betoging houdt zal
treffen om een regelmatig verloop te
…bevorderen.
Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
voorafgaande werkdag.
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen, opgenomen in art.
2:3)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen, opgenomen
in art 2:3)
Afdeling 3 Verspreiding van gedrukte
stukken
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
stukken of afbeeldingen (vervallen)
Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de
weg
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
(vervallen)
Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen)
Artikel 2:9 Straatartiest e.d.
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
treden binnen de bebouwde kom.
De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
bepaalde dagen en uren.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
toepassing.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de
weg
Artikel 2:10a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of
aan de weg in strijd met de publieke functie van de
weg
Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of
een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
publieke functie daarvan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
gelegen onroerende zaak.
3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
doelmatig en veilig gebruik daarvan is in ieder geval sprake wanneer
niet tenminste een vrije doorgang van 1 ½ meter wordt gelaten op
fiets- en voetpaden en van op de rijbaan voor fietsers /
gemotoriseerd verkeer.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
De vergunning is persoonsgebonden.