**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
dwarsdoorsnede van de stam van minimaal op hoogte boven
het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
dwarsdoorsnede van de dikste stam;
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
een grotere (lint)- begroeiing van heesters en struiken,
een beplanting van bosplantsoenen;
hakhout: een of meer bomen of boomvormers die na te zijn
geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
van de houtopstand, hieronder wordt ook verstaan het
periodiek vellen van hakhout;
knotten of kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
noodzakelijk onderhoud;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
Boswet;
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk › Afdeling 3
Artikel 4:10
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2015