Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de
hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van
het bevoegde gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken
van handelsreclame met behulp van een opschrift,
aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf
de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke
plaats zichtbaar is.
Het verbod geldt niet ten aanzien van:
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig
gedeelte van een onroerende zaak;
opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of
andere constructies, aangewezen door de overheid;
opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:
openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of
verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij
feitelijke betekenis hebben;
het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
bestemd, zomede op naamborden;
mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere
oppervlakte hebben dan en geen van alle een grotere afmeting in een
richting hebben dan en mits deze opschriften en aankondigingen zijn
aangebracht op of aan een onroerende zaak;
opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in
uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet
verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
hebben;
opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen
van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
dienste van dat vervoer;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen binnen
sportinrichtingen, mits deze zijn aangebracht beneden de
hoogte van boven de grond rond het speelveld of bassin.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:
indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand;
in het belang van de verkeersveiligheid;
c . in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet
voor bouwwerken.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
De vergunning is zaaksgebonden.
Hoofdstuk › Afdeling 4
Artikel 4:15a
Vergunningplicht handelsreclame
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Tytsjerksteradiel 2015