Alvorens een vrijstelling te verlenen op grond van de artikelen 2.5.2A, 2.5.14 sub d, 2.5.14 sub h, 2.5.22 lid 2, 2.5.28 en 2.5.29 stellen burgemeester en wethouders belanghebbenden in de gelegenheid hun bezwaren naar voren te brengen. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag om bouwvergunning besluiten burgemeester en wethouders of zij voornemens zijn vrijstelling te verlenen. Indien zij voornemens zijn vrijstelling te verlenen, wordt daartoe vooraf op de in de gemeente gebruikelijke wijze, in de daarvoor in aanmerking komende nieuws- en advertentiebladen, of, indien daartoe aanleiding bestaat, door middel van rechtstreekse benadering van de belanghebbenden, bekendheid gegeven. Gedurende een termijn van veertien dagen kunnen tegen dit voornemen tot het verlenen van vrijstelling schriftelijk bezwaren bij burgemeester en wethouders worden ingediend.