Bij de behandeling van de aanvraag wordt tenminste het volgende vastgesteld:
de aanvrager bevindt zich in een acute woonnoodsituatie waarin het noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen;
deze acute woonnoodsituatie:
heeft aantoonbare gevolgen voor het functioneren van de aanvrager en de toewijzing van een (andere) woning in de Urgentieregio levert een substantiële bijdrage aan de oplossing van het probleem;
is niet door de aanvrager op eigen kracht of binnen zes maanden op te lossen;
is ontstaan binnen de Urgentieregio en buiten de schuld van de aanvrager.
de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om zelf een passende woning te vinden.
HOOFDSTUK 5. › Paragraaf 5.1
Artikel 24.