Naar hoofdinhoud
Bij verhuur van MIVA-woningen wordt door de toegelaten instelling met de nieuwe bewoner(s) een verhuisverplichting afgesproken voor het geval zich omstandigheden voordoen waardoor de band tussen de persoon met beperkingen en de aangepaste woning wordt verbroken. De toegelaten instelling beroept zich eerst op het in het eerste lid bedoelde beding indien een nieuwe bewoner met beperkingen voor de woning beschikbaar is en de zittende bewoner, zonder beperkingen, passende vervangende woning kan worden aangeboden. De zittende bewoner kan een beroep doen op de urgentieregeling. De gemeente verstrekt indien benodigd, de vertrekkende bewoner een maatwerkvoorziening ten behoeve van de verhuis- en herinrichtingskosten, zoals opgenomen in het Besluit Nadere Regels Maatschappelijke Ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel