Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.
Nadat de beraadslaging is gesloten vat de voorzitter de discussie en eventuele standpunten samen en vraagt of leden moties en amendementen willen aankondigen.
Nadat de beraadslaging is gesloten concludeert de voorzitter of een voorstel hamerstuk, bespreekstuk of niet behandelrijp is en of er stemverklaringen worden afgegeven.
Het advies van de raadscommissie bevat de standpunten van alle fracties en eventuele leden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.
Artikel 24.