Naar hoofdinhoud
1.. De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4 gestelde eisen. 3.. De raad kan een schaduw-raadslid ontslaan op voorstel van de fractie die het schaduw-raadslid voor benoeming heeft voorgedragen. 4.. Een schaduw-raadslid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslagbesluit neemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering. 5.. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van schaduw-raadsleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel