1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
2.Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
3.De eerste termijn dient ter informatievergaring waaraan op uitnodiging van de raad collegeleden of anderen een bijdrage kunnen leveren.
4.In de tweede termijn vindt het debat plaats tussen de leden. Op verzoek van de raad kunnen collegeleden en anderen deelnemen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.
Artikel 19.