**1..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die als medebewoner met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**3..** In afwijking van het tweede lid bedraagt de toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen, uitgezonderd bloedverwanten in de eerste graad, hun hoofdverblijf hebben, indien de alleenstaande of alleenstaande ouder een bijdrage in de kosten van huur of hypotheeklasten levert van ten minste 18% van de gehuwdennorm.
**4..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10% voor het thuisinwonend kind, waarmee bedoeld wordt de alleenstaande of alleenstaande ouder die bij de ouder(s) inwonen. Voor het thuisinwonend kind is artikel 4, derde lid niet van toepassing.
**5..** Voor toepassing van dit artikel worden verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. Er moet wel sprake zijn van een medische en/of sociale noodzaak voor deze verzorging.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Doesburg 2010