Er zijn geen klachten bij ondernemers over het beleid. Vrijwel alle nieuwe ondernemers zijn bekend met de bepalingen in de Algemene plaatselijke verordening (APV). Intern voldoet het beleid aan de verwachtingen. De ondernemers houden zich op een enkeling na aan de voor hen geldende nadere regels terras. Ondernemers met een horeca-exploitatievergunning dienen zich aan de voorschriften en beperken van de vergunning te houden. Vergunningsvrije bedrijven kunnen niet aan deze voorschriften en beperkingen worden gehouden. Dit betekent dat de stappenplannen uit het Sanctiebeleid niet volledig gevolgd kunnen worden.
Uit de in bijlage 2 vermelde cijfers valt op te maken dat de invoering van de vrijstelling exploitatievergunning geen ingrijpende verschuivingen binnen de verschillende soorten horecabedrijven tot gevolg heeft gehad. Er is een lichte stijging van zowel het aantal alcoholvrije bedrijven met als zonder terras na de invoering van de vrijstelling. Omdat alcohol schenkende bedrijven pas bij wijzigingen een melding vrijstelling exploitatievergunning hoeven te doen, beschikt een deel van deze bedrijven nog over een horeca-exploitatievergunning. Er hebben zich twee situaties voorgedaan waar het beleid geen rekening mee houdt. In een geval bleek de onderverhuurder van en horecabedrijf in de inrichting strafbare feiten te plegen. In een ander geval heeft een vergunningsvrij bedrijf een kleine overtreding begaan waarvoor het opheffen van de vrijstelling een te zwaar middel werd geacht.
Hoofdstuk
Artikel 5.1