Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepaling

Onderdeel van Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016

In deze verordening wordt verstaan onder: Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren. Wet: de Wet geurhinder en veehouderij. Geurgebiedsvisie: de onderbouwing van de geurverordening als bedoeld in artikel 8 van de Wet Geurgevoelig object: zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Geurbelasting: de waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met V-Stacks, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid. Odour units (ouE/m3. P98): geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Hetgeen betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden. Emissiearme huisvesting melkkoeien ouder dan 2 jaar: ammoniakemissiearme stallen opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij anders dan categorie A 1.100.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel