In afwijking van artikel 4, eerste lid van de Wet, bedraagt de minimale afstand tussen een melkveehouderij met melkkoeien (categorieën A1 uit de Regeling geurhinder en veehouderij) en een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 1 van deze verordening, de in tabel 1 genoemde waarde.

Tabel 1: aan te houden afstanden melkveehouderijen tot geurgevoelige objecten in de bebouwde kom en in het buitengebied. De andere afstanden zijn van toepassing bij de bouw van nieuwe stallen.

Aantal volwassen melkkoeien

0-200

201- 300

301-600

601-900

>900

Afstand tot geurgevoelige objecten in de bebouwde kom

100

250

350

550

700

Afstand tot geurgevoelige objecten in het buitengebied

50

125

150

250

300