Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (AWB) en de gemeentewet. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van Oldambt; b. de raad: de gemeenteraad van Oldambt; c. algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5 onderdeel b Participatiewet; d. bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5 onderdeel d Participatiewet; e. uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. f. Bijstandsnorm: 1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c Participatiewet, of 2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; g. benadelingsbedrag:het bedrag dat als gevolg van het niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 17 lid 1 of de verplichtingen bedoeld in artikel 30c, lid 2 en 3 van de Wet SUWI ten onrechte of tot een te hoog bedrag, aan bijstand is ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel