Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55, 56a of artikel 57 sub a Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:
a. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling;
b. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
c. 20% van de norm bij het niet verlenen van medewerking aan het in naam van de belanghebbende doen van door het college noodzakelijke geachte doorbetalingen aan derden/instanties uit de toegekende uitkering in situaties zoals bedoeld in artikel 56a en 57 sub a van de Participatiewet;
d. 20% van de norm bij het niet verlenen van medewerking bij het aangaan/tot stand komen van een schuldhulpverleningstraject, dan wel het niet verlenen van medewerking aan een lopend schuldhulpverleningstraject;
e. 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;
f. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Verordening afstemming Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Oldambt 2017