Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Omvang van de kinderopvang in relatie tot de tegemoetkoming

Onderdeel van Beleidsregel gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten kinderopvang

1.. Een tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de kinderopvang die naar het oordeel van het college als noodzakelijk kan worden aangemerkt in verband met de combinatie van de zorg voor het kind en: deelname aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; of deelname aan onderwijs bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of deelname aan inburgering die, uiteindelijk, is gericht op arbeidsinschakeling; of het verrichten van betaalde werkzaamheden en het daarnaast ontvangen van een aanvullende uitkering op grond van de Participatiewet, Ioaw of Ioaz, of het verrichten van betaalde werkzaamheden in de eerste twee jaar na beëindiging van hun uitkering op grond van de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz wegens het verrichten van arbeid, waarbij het gezinsinkomen nog onder de inkomensgrens blijft zoals genoemd in artikel 5 van deze beleidsregels. 2.. Voor het bepalen van het noodzakelijke aantal uren kinderopvang zijn de regels die op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag gelden, met betrekking tot de maximale uren voor de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag, overeenkomstig van toepassing voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming op basis van deze beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel