Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Doesburg 2005

1.. Indien de belanghebbende blijk gegeven heeft van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, niet zijnde gedragingen zoals omschreven in de artikelen 8, 9, 10, 11 en 13 van deze verordening, wordt een maatregel opgelegd in de vorm van een verlaging van de uitkering gedurende één of meerdere maanden met 20% van de bijstandsnorm. De duur van de maatregel wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Indien het benadelingsbedrag niet op objectieve wijze kan worden vastgesteld, zal de duur van de maatregel worden afgestemd op de ernst van de gedraging. Dit ter beoordeling aan het college. 3.. De duur en/of de hoogte van de maatregel, als omschreven in lid 1 van dit artikel, wordtverdubbeld indien belanghebbende zich binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare aan te merken gedraging, zoals bedoeld in dit artikel. 4.. Een maatregel die op basis van dit artikel voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen. 5.. Een maatregel van 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd indien belanghebbende later terugkeert van vakantie dan ingevolge de WWB is toegestaan, tenzij belanghebbende een ontheffing heeft van de arbeidsplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel