**1..** Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
vernielen.
**2..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te
laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt
ontsierd of in gevaar gebracht.
**3..** Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.
**4..** Geen vergunning is nodig voor:
gewoon onderhoud voor zover ook materiaalsoort en kleur niet
wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg
niet wijzigt;
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige
veranderingen van een onderdeel van het gemeentelijk
monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde
heeft.
**5..** Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Hardenberg