Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1

Kortdurend verblijf

Onderdeel van Nadere regels WMO Gemeente Oisterwijk 2016-3

Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg en wordt ingezet voor het ontlasten van de mantelzorger. Dit met als resultaat dat de cliënt zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Om in aanmerking te komen voor kortdurend verblijf moet de cliënt van de mantelzorger ten gevolge van het (tijdelijk/deels) wegvallen van de mantelzorg zijn aangewezen op ondersteuning welke gepaard gaat met permanent toezicht. Kortdurend verblijf kan voor maximaal twee etmalen per week worden verleend. In het kader van het bieden van maatwerk kan hiervan worden afgeweken als daarvoor een noodzaak is. Kortdurend verblijf wordt geboden in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, of in een accommodatie van een door het college gecontracteerde aanbieder. Vervoer naar de instelling of accommodatie wordt als maatwerkvoorziening verstrekt indien de mantelzorger niet in staat is de cliënt te brengen en te halen en er ook geen andere vervoersmogelijkheden zijn. Artikel 5.2 Dagbesteding met een arbeidsmatig karakter Dagbesteding is bedoeld om structuur aan een dag te geven wanneer iemand dit niet zelf kan. Dagbesteding met een arbeidsmatig karakter is een bijzondere vorm van maatschappelijke ondersteuning die wordt toegekend als maatwerkvoorziening. Dagbesteding met een arbeidsmatig karakter wordt toegekend als de cliënt niet beschikt over arbeidsvermogen in de zin van de Participatiewet en deze vorm van dagbesteding de goedkoopst passende ondersteuning biedt. Artikel 5.3 Woonvoorzieningen Een woonvoorziening is een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing of een hulpmiddel gericht op het normale gebruik van de woning. Een woonvoorziening wordt alleen toegekend als de aan te passen woning: in de gemeente Oisterwijk staat; en een zelfstandige woning is; en het hoofdverblijf is of zal zijn van de cliënt. Woningen die niet geschikt of beschikbaar zijn om het gehele jaar te bewonen worden niet als hoofdverblijf aangemerkt. Als gebruikte materialen of slechte staat van onderhoud tot problemen in het normale gebruik van de woning leiden, kan geen aanspraak worden gemaakt op een woonvoorziening. Bij het onderzoek wordt betrokken in hoeverre de noodzaak voor een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing, waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning, gelet op de beperkingen van de cliënt, geen aanleiding bestond. Als dit het geval is en er geen andere belangrijke reden voor de verhuizing was, wordt geen woonvoorziening verstrekt. Als de cliënt niet is verhuisd naar de meest geschikte woning, die beschikbaar was, wordt geen woonvoorziening verstrekt. Als uit onderzoek blijkt dat verhuizen de goedkoopst passende oplossing is, wordt geen woonvoorziening verstrekt voor de woning, waar cliënt op dat moment zijn hoofdverblijf heeft. Het onderzoek naar verhuizen als goedkoopst passende oplossing vindt plaats als: de noodzakelijke aanpassingen exclusief een traplift meer bedragen dan € 1.871,50; of b.de noodzakelijke aanpassingen inclusief een traplift meer bedragen dan € 5.615,60. 9.Een woonvoorziening in de vorm van een uitraasruimte kan worden verstrekt als er bij cliënt sprake is van beperkingen waardoor hyperactiviteit en moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels aanleiding geven tot problemen bij het verblijf in de woning. Artikel 5.4 Vervoersvoorzieningen Een vervoersvoorziening is een maatwerkvoorziening voor het zich kunnen verplaatsen in de directe leefomgeving, gericht op zelfredzaamheid en participatie. Bij het onderzoek wordt betrokken of een algemeen gebruikelijke vervoersvoorziening een adequate oplossing kan bieden. Bij het onderzoek wordt tevens betrokken of de cliënt in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken. Als uit onderzoek blijkt dat collectief vervoer de goedkoopst passende oplossing is, komt de cliënt niet in aanmerking voor een duurdere maatwerkvoorziening. De omvang van een vervoersvoorziening wordt afgestemd op: de eigen mogelijkheden van de cliënt; de vervoersbehoefte gelet op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Het uitgangspunt daarbij is dat 1500 – 2000 kilometer per jaar voldoende is om de cliënt in staat te stellen tot participatie; algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen, die voor cliënt beschikbaar en passend zijn; andere vervoersvoorzieningen die als maatwerkvoorziening zijn of worden verstrekt. Artikel 5.5 Maatwerkvoorziening resultaatgebieden Onder het resultaatgebied Huisvesting valt tevens het verstrekken van een voorziening voor huishoudelijke ondersteuning. Hieronder wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke werkzaamheden, met als doel het bereiken van één of meer van de volgende resultaten: het beschikken over een schoon en leefbaar huis het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding het beschikken over goederen voor eerste levensbehoefte het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren het kortdurend aanleren van huishoudelijke werkzaamheden het ondersteunen bij extra huishoudelijke taken bij multiproblemsituaties, crises of terminale situaties Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: een belanghebbende moet gebruik kunnen maken van de noodzakelijke vertrekken, te weten woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes (maximaal 1 badkamer en 2 toiletten) en de gang en eventuele trap, waarbij het niveau van sociale woningbouw uitgangspunt is. Maatgevend is wat naar algemene maatschappelijke maatstaven als schoon en leefbaar wordt ervaren. Van dit uitgangspunt kan gemotiveerd worden afgeweken op grond van medische omstandigheden. De voorziening is een aanvulling op de eigen mogelijkheden, en de voorziening wordt alleen verstrekt voor zover een belanghebbende niet door gebruikmaking van eigen mogelijkheden en algemene of voorliggende voorzieningen in een oplossing kan voorzien. Hieronder wordt mede begrepen het verrichten van aanpassingen in de inrichting ingeval als gevolg van de specifieke inrichting bovengemiddeld veel schoonmaakwerkzaamheden nodig zijn. Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden budget

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel