Als een maatwerkvoorziening die is aangeschaft met een persoonsgebonden budget door de cliënt niet meer wordt gebruikt of als de cliënt is verhuisd buiten de gemeente, wordt (een gedeelte van) het persoonsgebonden budget teruggevorderd op basis van de restwaarde van de maatwerkvoorziening. Hierbij geldt het volgende afschrijvingsprincipe:
gebruiksduur tussen 0 en 1 jaar 70% van de kosten
gebruiksduur tussen 1 en 2 jaar 60% van de kosten
gebruiksduur tussen 2 en 3 jaar 45% van de kosten
gebruiksduur tussen 3 en 4 jaar 35% van de kosten
gebruiksduur tussen 4 en 5 jaar 25% van de kosten
gebruiksduur tussen 5 en 6 jaar 15% van de kosten
gebruiksduur tussen 6 en 7 jaar 5% van de kosten
De door cliënt in totaal gedurende de gebruiksduur betaalde bijdrage in de kosten wordt in mindering gebracht op het terug te betalen bedrag.
Hoofdstuk 7 Bijdrage in de kosten en ritbijdrage
Artikel 6.13
Afschrijvingsprincipe terugbetaling persoonsgebonden budget
Onderdeel van Nadere regels WMO Gemeente Oisterwijk 2016-3