Deze regels worden aangehaald als: Nadere regels Wmo gemeente Oisterwijk 2016-3.
Bijlagen
Bijlage 1. Protocol gebruikelijke hulp
1. De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt
Het college inventariseert als eerste de hier genoemde omstandigheden.
De aard
De aard van de ondersteuningsbehoefte kan zeer divers zijn. De cliënt kan aangewezen zijn op hulp bij zelfzorg, de thuisadministratie, het plannen of ondernemen van dagelijkse activiteiten in het kader van participatie of bij problematisch gedrag. De mate van zelfredzaamheid is enerzijds afhankelijk van de beperkingen die de cliënt daarbij ondervindt. Anderzijds wordt de mate van zelfredzaamheid bepaald door wat de cliënt wel zelf kan al dan niet met hulp van anderen of met gebruikmaking van bijvoorbeeld algemene voorzieningen (zie hoofdstuk 4 van de Verordening; beoordeling aanspraak). Het college houdt in ieder geval rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Zie verder onder het kopje ‘de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt’ van deze beleidsregels.
De omvang
Ook de omvang van de ondersteuningsbehoefte kan divers van aard zijn. Zo kan de cliënt zijn aangewezen op permanent toezicht hetgeen zware eisen kan stellen aan de persoon van wie gebruikelijke hulp wordt gevergd. Daarnaast kan de totale omvang van de ondersteuningsbehoefte met zich meebrengen dat (deels) niet meer van gebruikelijke hulp kan worden gesproken. Dat deel kan daarom als boven-gebruikelijk worden aangemerkt, tenzij het uitstelbare ondersteuning betreft of bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van andere oplossingen. Is dat niet aan de orde, dan kan het college een maatwerkvoorziening verlenen. Het kan echter ook gaan om een meer incidentele vorm van hulp die wel een structureel karakter heeft. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij zelfzorg of participatie. De omvang van de ondersteuning kan onder de normale routine van de leefeenheid vallen. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken en klaarleggen van kleding, het gezamenlijk eten, et cetera. In die gevallen zal de hulp al snel als gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt.
Kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte
Afhankelijk van de aard van de beperking kan er een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte bestaan bij de cliënt. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is er uitzicht op herstel in de mate van de zelfredzaamheid van de cliënt. In het algemeen geldt hiervoor een periode van drie maanden. Bij langdurig gaat het om een situatie waarbij de ondersteuningsbehoefte naar verwachting langer dan drie maanden aanwezig zal zijn. Indien er sprake is van hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden, is het in principe niet van belang of sprake is van een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte.
Tijdelijk overnemen eenvoudig schoonmaakwerk
Bij de beoordeling van de duur bij het (tijdelijk) overnemen van huishoudelijke werkzaamheden wordt ook in principe geen rekening gehouden met een onderscheid tussen een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte. Ook wordt in principe geen rekening gehouden met de aard van de relatie. Het gaat er om of sprake is van een huisgenoot binnen de leefeenheid. Dat is in lijn met de regels zoals die golden onder de Wmo 2007. Wel kunnen individuele omstandigheden ertoe leiden dat geen gebruikelijke hulp wordt verlangd. Verder is het zo dat voor eenvoudige schoonmaakwerk geen maatwerkvoorziening wordt verleend.
2. De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt
Als algemeen uitgangspunt geldt dat huisgenoten elkaar onderling gebruikelijke hulp moeten bieden. Immers huisgenoten binnen de leefeenheid hebben de keuze gemaakt om een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Dat maakt hen verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Het college moet wel rekening houden met de aard van de relatie die de persoon binnen de leefeenheid heeft met de cliënt. Dat betekent dat er onderscheid kan bestaan tussen wat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt, tussen kinderen ten opzichte van hun ouders en huisgenoten die bijvoorbeeld geen bloedverwantschap hebben met de cliënt. Zie verder onder het kopje ‘huisgenoten’ van dit protocol.
3. De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen
Als de cliënt thuiswonende kinderen heeft, dan gaat het college er in beginsel vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en de ontwikkelingsfase, een bijdrage kunnen leveren aan het (tijdelijk) overnemen van huishoudelijke werkzaamheden. Ondersteuning bieden, zoals begeleiding, ligt minder voor de hand en dat beoordeelt het college dan ook in het individuele geval. De inzet van kinderen mag nooit ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties.
Kinderen binnen de leefeenheid
In geval de leefeenheid van de cliënt mede bestaat uit kinderen, dan gaat het college er vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Een volwassenen huisgenoot van 23 jaar en ouder dient het huishouden geheel over te nemen. Een 18- tot 23-jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Onder de omstandigheden van het individuele geval kan ook andere hulp of ondersteuning van het meerderjarige kind aan de ouder(s) onder de gebruikelijke hulp vallen. Verder geleden de volgende uitgangspunten.
Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
Algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer
Het college houdt wel rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden. Voorbeelden zijn:
hulp bij een bezoek aan de familie, vrienden, huisarts, et cetera.
hulp bij of het overnemen van taken die tot een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie.
hulp aan derden, die behoren tot de omgeving van de cliënt, in het omgaan met de beperkingen van de cliënt. Denk aan familie, vrienden, leerkracht, et cetera.
hulp van ouders aan kinderen, waaronder ook toezicht, bij activiteiten zoals zwemmen of andere activiteiten die kinderen normaal gesproken doen en waar zij door hun ouders bij begeleid worden. Verwezen wordt naar de bijlage ‘uitgangspunten zorg ouder voor kinderen’ bij deze beleidsregels.
4. De leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd
Het kan voorkomen dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden verwacht. Een reden daarvoor kan zijn dat de huisgenoot niet weet op welke manier zij gebruikelijke hulp kan of moet verlenen, maar dat wel kan aanleren. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin men wordt geconfronteerd met een ondersteuningsbehoefte van de cliënt door niet eerder aanwezige beperkingen zoals bij een niet aangeboren hersenletsel (NAH) of (beginnende) dementie. Of een huisgenoot die bijvoorbeeld nooit heeft geleerd huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren, maar wel leerbaar is. Het college kan dan tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten om de gebruikelijke hulp aan te leren. De ondersteuning is dan ook gericht op het in staat te stellen om te gaan met (de gevolgen van) de beperkingen van de cliënt. Het spreekt voor zich dat de leerbaarheid van de cliënt hierbij ook een belangrijke rol speelt. Die kan betrekking hebben op het (leren) accepteren van de gebruikelijke hulp. De aard van en de mate van beperkingen spelen hierbij een belangrijke rol.
Geen gebruikelijke hulp verlangen
Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de cliënt te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.
Huisgenoten
Onder een huisgenoot wordt iedere persoon verstaan die tot de leefeenheid van de cliënt behoort. Onder een leefeenheid worden alle bewoners verstaan die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Zie begripsbepalingen in de Verordening. Van hen wordt in principe verwacht gebruikelijke hulp aan elkaar te bieden. Het kan achtereenvolgens gaan om:
Echtgenoten/partners
Kinderen en ouders
Ouders en kinderen
Andere huisgenoten
Echtgenoten/partners
Als uitgangspunt geldt dat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar meer wordt verwacht in het kader van gebruikelijke hulp dan van kinderen ten opzichte van hun ouders. Dat heeft te maken met wat gebruikelijk is volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer. Zo wordt het normaal geacht dat de ene partner de ander aanspoort tot bijvoorbeeld zelfzorg of hulp biedt bij de sociale redzaamheid.
Kinderen en ouders
Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van kinderen naar hun ouders toe. Voor kinderen ten opzichte van hun ouders kan dat bij begeleiding wel anders liggen. Het hoeft niet in alle gevallen zo te zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer gebruikelijk is dat kinderen hun ouder(s) bijvoorbeeld aansporen tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn.
Ouders en kinderen
De zorgplicht van ouders voor hun kinderen strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de ‘zorg’ bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de kinderen over. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Het overnemen van de gebruikelijke hulp van de kinderen kan een tijdelijke Wmo-aanspraak zijn, maar structurele opvang van kinderen in beginsel niet.
Huisgenoten ten opzichte van elkaar
Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van huisgenoten ten opzichte van elkaar. Gelet op aard van de relatie (bijvoorbeeld niet familierechtelijk) kan het zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer niet gebruikelijk is dat de ene huisgenoot de ander aanspoort tot bijvoorbeeld zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalen zijn.
Uitgangspunten zorg ouder voor kinderen
Kinderen van 0 tot 3 jaar
hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;
ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;
hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar
kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);
hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan.
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).
hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Bijlage2. PGB tarieven
PGB
ZiN Bovengrens
Aanbieder
Sociaal netwerk
100%
50%
Perceel 1
4 weken
Maand
4 weken
Maand
resultaatgebied sociaal netwerk 18-
trede 1
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 2
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 3
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 4
€ 184
€ 184
€ 199
€ 92
€ 100
resultaatgebied sociaal netwerk 18+
trede 1
€ 311
€ 311
€ 337
€ 156
€ 168
trede 2
€ 311
€ 311
€ 337
€ 156
€ 168
trede 3
€ 300
€ 300
€ 325
€ 150
€ 163
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
Perceel 2
Resultaatgebied huisvesting
trede 1
€ 299
€ 299
€ 324
€ 150
€ 162
trede 2
€ 219
€ 219
€ 237
€ 110
€ 119
trede 3
€ 249
€ 249
€ 270
€ 125
€ 135
trede 4
€ 201
€ 201
€ 218
€ 101
€ 109
Perceel 3
Resultaatgebied financiële situatie
trede 1
€ 311
€ 311
€ 337
€ 156
€ 168
trede 2
€ 311
€ 311
€ 337
€ 156
€ 168
trede 3
€ 310
€ 310
€ 336
€ 155
€ 168
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
Perceel 4
Resultaatgebied thuissituatie
trede 1
€ 313
€ 313
€ 339
€ 157
€ 170
trede 2
€ 313
€ 313
€ 339
€ 157
€ 170
trede 3
€ 314
€ 314
€ 340
€ 157
€ 170
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
Perceel 5
Resultaatgebied opvoed en opgroeisituatie 18-
trede 1
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 2
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 3
€ 269
€ 269
€ 291
€ 135
€ 146
trede 4
€ 184
€ 184
€ 199
€ 92
€ 100
Resultaatgebied opvoed en opgroeisituatie 18+
trede 1
€ 313
€ 313
€ 339
€ 157
€ 170
trede 2
€ 313
€ 313
€ 339
€ 157
€ 170
trede 3
€ 314
€ 314
€ 340
€ 157
€ 170
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
Perceel 6
Resultaatgebied mantelzorgondersteuning
trede 1
€ 304
€ 304
€ 329
€ 152
€ 165
trede 2
€ 304
€ 304
€ 329
€ 152
€ 165
trede 3
€ 310
€ 310
€ 336
€ 155
€ 168
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
Perceel 7
Resultaatgebied daginvulling 18-
trede 1
€ 254
€ 254
€ 275
€ 127
€ 138
trede 2
€ 254
€ 254
€ 275
€ 127
€ 138
trede 3
€ 254
€ 254
€ 275
€ 127
€ 138
trede 4
€ 184
€ 184
€ 199
€ 92
€ 100
Resultaatgebied daginvulling 18+
trede 1
€ 308
€ 308
€ 334
€ 154
€ 167
trede 2
€ 308
€ 308
€ 334
€ 154
€ 167
trede 3
€ 299
€ 299
€ 324
€ 150
€ 162
trede 4
€ 202
€ 202
€ 219
€ 101
€ 109
arbeidsmatige dagbesteding
€ 659
€ 659
€ 714
€ 330
€ 357
Vervoer bij daginvulling 18+ en 18- voor alle treden, additioneel op PGB bij vervoersnoodzaak, op basis 2 dgn p/ wk
-vervoer (vaste prijs) --> € 7,10 incl. btw
-vervoer rolstoel (vaste prijs) --> € 19 incl. btw
productcode Jeugd regulier 10VJ1
€ 61,50
productcode Jeugd rolstoel 10VJ2
€ 164,70
productcode WMO regulier 10VV1
€ 61,50
productcode WMO rolstoel 10VV2
€ 164,70
Kortdurend verblijf
Aanbieder
Sociaal netwerk
ETMAAL
BEGELEIDING
100%
50%
KV1
1
5
€ 200
€ 100
KV2
1
6
€ 234
€ 117
KV3
2
7
€ 298
€ 149
KV4
2
8
€ 332
€ 166
KV5
2
9
€ 366
€ 183
Vervoer bij kortdurend verblijf voor alle treden, additioneel op PGB bij vervoersnoodzaak
-vervoer (vaste prijs) --> € 7,10 incl. btw
-vervoer rolstoel (vaste prijs) --> € 19 incl. btw
productcode Jeugd regulier 10VJ1
productcode Jeugd rolstoel 10VJ2
productcode WMO regulier 10VV1
productcode WMO rolstoel 10VV2
Bijlage 3. Resultatenmatrix
Resultaatgebied
Trede 1 Acuut
Trede 2 Niet zelfredzaam
Trede 3 Beperkt zelfredzaam
Trede 4 Bijna zelfredzaam
Trede 5 Zelfredzaam
1.Sociaal Netwerk
Geen (ondersteunend/positief/
constructief)sociaal netwerk en geen mogelijkheid om op enigerlei wijze een netwerk op te bouwen, sociale contacten te hebben (sociaal isolement).
Begeleiding is zeer intensief.
Klant is niet in staat om op eigen kracht een (ondersteunend/positief) sociaal netwerk op te bouwen, en/of te onderhouden en/of te breken met een destructief/ negatief sociaal netwerk.
Begeleiding is intensief.
Klant heeft een (beperkt) netwerk maar dit is niet of onvoldoende ondersteunend en/of de klant is onvoldoende in staat een (ondersteunend/positief) sociaal netwerk te onderhouden of uit te breiden.
Begeleiding is gericht op activering.
Er is een netwerk aanwezig wat in beperkte mate kan ondersteunen.
Klant kan sociale contacten onderhouden en uitbreiden/verdiepen.
Weinig tot geen contact (meer) met destructief/negatief netwerk, situatie is nog kwetsbaar.
Begeleiding is ondersteunend.
Klant heeft een sociaal netwerk dat positief ondersteunend is bij maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid, kan dit onderhouden en naar wens uitbouwen.
Het sociaal netwerk dient als een ondersteuningsbron.
2.Huisvesting
Dakloos of iemand heeft huisvesting maar die huisvesting is onveilig, vervuild, ongezond en/of past niet bij de beperking die iemand heeft.
Mogelijk dreigt uithuiszetting.
Begeleiding is zeer intensief en kan gericht zijn op het toeleiden naar hulpverleningsaanbod.
Er kan sprake zijn van huisvesting op een plaats waar deze persoon niet gewenst is of de huisvesting is niet passend bij de beperking die iemand heeft.
Begeleiding is intensief.
Klant is zowel fysiek als geestelijk niet in staat om alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten waardoor het gevaar van een onveilige en/of vervuilde en/of ongezonde woonsituatie ontstaat.
Naast ondersteuning in het huishouden is begeleiding gericht op signalering nodig.
Veilige en stabiele huisvesting maar
slechts beperkt toereikend. Er kan sprake zijn van onderhuur en/of geen autonome
huisvesting /niet in staat om zelfstandig het huishouden op orde te houden.
De klant is niet in staat om zonder begeleiding de huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren.
De begeleiding is gericht op activering.
Veilige en toereikende huisvestiging,
regulier (huur)contract, gedeeltelijke
autonome huisvesting.
Het huishouden wordt zelfstandig op
orde gehouden.
Klant is fysiek niet in staat om alle huishoudelijke werkzaamheden op zich te nemen, maar kan wel zelf de regie hierop voeren.
Begeleiding is ondersteunend.
Veilige en toereikende huisvestiging,
regulier (huur)contract en autonome
huisvesting
3.Financiële situatie
Geen inkomsten (ook niet vanuit het systeem), mogelijk hoge groeiende schulden.
Tijdelijke overname regie kan nodig zijn.
Begeleiding is zeer intensief.
Onvoldoende inkomsten en/of ongepast uitgavenpatroon en/of groeiende schulden en/of geen inzicht op het gebied van financiën, administratie en/of post. Mogelijke gedeeltelijke overname van regie.
Begeleiding is intensief maar betreft niet de bewindvoering.
Inkomen komt aan basisbehoeften tegemoet en/of er is een gepast uitgaven patroon, eventuele schulden zijn stabiel. Er kan sprake zijn van onvoldoende inzicht op gebied van financiën, administratie en/of post.
Er kan sprake zijn van bewindvoering/ inkomensbeheer.
Begeleiding is gericht op activering.
Inkomen komt tegemoet aan basisbehoeften, eventuele schulden worden zelfstandig beheerd of er is een schuldregeling waardoor schulden gelijk blijven of verminderen.
Klant heeft inzicht en overzicht in zijn financiële situatie/administratie, maar heeft hier wel enige mate van ondersteuning bij nodig. De situatie is nog kwetsbaar.
Begeleiding is ondersteunend.
Inkomen is ruim voldoende, goed financieel beheer en eventueel mogelijkheid tot sparen.
4.Thuissituatie
Klant of huisgenoten worden mogelijk bedreigd in hun welzijn of ontwikkeling door in- en of externe omstandigheden.
Er kan sprake zijn van huiselijk geweld, seksueel, verbaal geweld of verwaarlozing tussen klant en huisgenoten en/of niet samenwonende partner.
Klant heeft geen inzicht in eigen beperkingen.
Er is mogelijk sprake van zorgmijding.
Begeleiding is zeer intensief.
Er kan sprake zijn van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld tussen klant en huisgenoten en/of niet samenwonende partner.
Klant heeft geen of weinig inzicht in beperkingen gerelateerd tot het dagelijks functioneren.
Klant kan mogelijk geen structuur aanbrengen in de dag.
Klant kan niet goed bepalen of hulp nodig is.
Begeleiding is intensief.
Klant en huisgenoten en/of niet samenwonende partner erkennen problemen en proberen negatief gedrag te veranderen.
Huisgenoten hebben mogelijk ondersteuning nodig om dit te doen.
Klant heeft beperkt inzicht in eigen functioneren en kan in beperkte mate inschatten of hulp nodig is.
Klant heeft mogelijk moeite met het aanbrengen en handhaven van structuur in de dag.
Begeleiding is gericht op activering.
Er kan sprake zijn van relationele problemen tussen klant en huisgenoten en/of niet samenwonende partner.
Klant heeft inzicht in eigen functioneren en/of kan goed bepalen of hulp nodig is.
Situatie is nog kwetsbaar, risico op terugval.
Klant kan met aanwijzingen structuur aanbrengen in de dag.
Begeleiding is ondersteunend.
Communicatie tussen klant en huisgenoten en/of niet samenwonende partner is consistent open.
Er wordt geleefd in een gezonde leefomgeving.
Huisgenoten ondersteunen elkaar.
5.Opvoed en opgroeisituatie vanuit perspectief ouders/verzorgers
Ouders zijn niet in staat te zorgen voor een veilige opvoedsituatie voor hun kind.
Er is sprake van multi complexe opvoedingsproblematiek.
Het kind of overige gezinsleden worden mogelijk bedreigd in zijn/hun welzijn en/of ontwikkeling.
Er kan sprake zijn van kindermishandeling, oudermishandeling, huiselijk geweld, grensoverschrijdend gedrag, en/of langdurig schoolverzuim.
Begeleiding is zeer intensief.
Door een (op dit moment) aanwezige oorzaak zijn ouders/opvoeders niet in staat zelfstandig een klimaat te scheppen waarin hun kind zichzelf veilig kan ontwikkelen en ontplooien.
Er sprake van complexe opvoedingsproblematiek.
Er kan sprake zijn van verhoogd risico op kindermishandeling, oudermishandeling, huiselijk geweld, grensoverschrijdend gedrag, en of langdurig schoolverzuim.
Begeleiding is intensief.
Opvoeden gaat moeizaam, de ontwikkeling van het kind wordt geremd. Ouders/verzorgers hebben praktische handvatten en pedagogische adviezen nodig.
Begeleiding is gericht op activering.
Ouders zijn in staat een veilig klimaat (thuisbasis) te scheppen waarin het kind zichzelf kan ontwikkelen en ontplooien, maar de situatie is nog kwetsbaar.
Begeleiding is ondersteunend.
Er is een veilig klimaat waarin het kind zichzelf kan ontwikkelen en ontplooien.
6.Opvoed en opgroeisituatie vanuit perspectief kind
Het kind vormt op dit moment een gevaar voor zichzelf en/of anderen.
Begeleiding is zeer intensief.
Het kind ervaart ernstige belemmeringen/problemen waardoor hij/zij op dit moment niet in staat is zich leeftijdsadequaat te ontwikkelen of te ontplooien.
Begeleiding is intensief.
Het kind ervaart belemmeringen waardoor hij/zij op dit moment niet in staat is zich leeftijdsadequaat te ontwikkelen of te ontplooien.
Het kind heeft beperkt inzicht in eigen functioneren en kan in beperkte mate zelfstandig omgaan met zijn/haar belemmeringen en/of heeft moeite met het stabiel houden van eigen functioneren met risico op terugval.
Begeleiding is gericht op activering.
Het kind is in staat zich te ontwikkelen en ontplooien, maar heeft hierbij nog enige ondersteuning of stimulans nodig. De situatie is nog kwetsbaar.
Begeleiding is ondersteunend.
Het kind ontwikkelt en ontplooit zich op een gezonde/leeftijds adequate
manier.
7.Mantelzorgondersteuning (vanuit perspectief klant, mantelzorger of gezin)
Overbelast en daardoor niet (meer) in staat om mantelzorg te verlenen.
Begeleiding is zeer intensief.
Niet in staat om balans aan te brengen in draaglast en draagkracht.
Begeleiding is intensief.
Door een op te lossen omstandigheid en/of in mantelzorger gelegen oorzaak onvoldoende in staat om balans aan te brengen in draaglast en draagkracht.
Begeleiding is gericht op activering
Persoon is in staat om balans aan te brengen, maar loopt risico op overbelasting.
Begeleiding is ondersteunend.
De draaglast staat in de juiste verhouding tot de draagkracht.
8.Daginvulling (de wijze waarop iemand zijn dag invult zoals (vrijwilligers) werk, school, en participeert in de samenleving
Combinatie van ontbreken zinvolle daginvulling en veroorzaken overlast.
Er kan sprake zijn van een crisissituatie of zorgmijding, waardoor de participatie onmogelijk wordt gemaakt.
Begeleiding is zeer intensief en kan gericht zijn op het toeleiden naar hulpverleningsaanbod.
Geen zinvolle daginvulling maar geen overlast.
Er kan sprake zijn van gebrek aan motivatie en/of vaardigheden om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving.
Er is geen perspectief om op termijn zelfstandig of met behulp van het eigen netwerk te komen tot een zinvolle of passende daginvulling.
Begeleiding is intensief.
Door een (gedeeltelijk) op te lossen omstandigheid en/of in de klant gelegen oorzaak tijdelijk niet in staat om deel te nemen. Wel in staat om (op termijn) de dag zinvol in te vullen.
Begeleiding is gericht op activering.
Begeleiding kan ook gericht zijn op doorstroom naar:
üde arbeidsmarkt; al dan niet arbeid met loonkostensubsidie/ begeleiding;
üeen re-integratietraject.
In dit geval is de begeleiding intensief en is er sprake van arbeidsmatige dagbesteding. Dit is een apart tarief.
In staat om dag (gedeeltelijk) zinvol in te vullen.
In staat om zelfstandig, samen met netwerk (evt. algemene voorzieningen) deel te nemen.
In staat om met regelmatige/gedeeltelijke ondersteuning door te stromen naar:
-de arbeidsmarkt; al dan niet arbeid met loonkostensubsidie/ begeleiding
-een re-integratietraject
-vrijwilligerswerk.
Begeleiding is ondersteunend.
In staat om dag zinvol in te vullen.
Op zinvolle en constructieve wijze deel te nemen.
Uitgestroomd:
ünaar de arbeidsmarkt; al dan niet arbeid met loonkostensubsidie/ begeleiding;
üeen re-integratietraject;
ünaar vrijwilligerswerk;
of zelfredzaam genoeg om dit in eigen regie te doen.
TOELICHTINGNADERE REGELS WMOGEMEENTE OISTERWIJK2016-3
Inleiding
Deze nadere regels strekken ertoe tot een goed samenhangend stelsel over de beoordeling van maatwerkvoorzieningen te komen voor inwoners van de gemeente die niet of nog niet zelf of met hulp van anderen in staat zijn tot zelfredzaamheid en participatie.
In de Wmo 2015 is de vanzelfsprekendheid dat mensen in de eerste plaats zelf verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan de samenleving expliciet verankerd. Als uitgangspunt geldt dat zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving een verantwoordelijkheid is van mensen zelf. Bij het bieden van ondersteuning wordt dus eerst gekeken naar wat iemand nog wel kan of zelf kan organiseren binnen zijn sociale netwerk om daarmee zijn zelfredzaamheid en participatie te vergroten.
Hiermee wordt niet uit het oog verloren dat iedereen een beroep mag doen op de gemeente. Geen enkele cliënt wordt op voorhand uitgezonderd van de toegang tot ondersteuning. Eenieder kan zich melden met een hulp- of ondersteuningsvraag. In het onderzoek dat het college na de melding uitvoert, zullen eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de sociale omgeving worden betrokken en meegewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen over het al dan niet bieden van ondersteuning vanuit de gemeente. Het college beoordeelt welke maatschappelijke ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin een cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
In deze toelichting op de nadere regels wordt, daar waar nodig, uitleg gegeven over de betreffende bepalingen. Als het artikel voor zich spreekt, is er geen toelichting aan toegevoegd.
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk zijn begripsbepalingen opgenomen die het college nodig heeft voor het uitvoeren van de nadere regels. De begripsbepalingen spreken voor zich.
Hoofdstuk 2 Procedureregels
Artikel 2.1 Quickscan, integrale vraaganalyse, plan van aanpak
De quickscan is een regionaal ontwikkeld instrument en een hulpmiddel om een snelle inschatting te kunnen maken van de problematiek en de mate van zelfredzaamheid van de
cliënt. Op basis van de quickscan wordt vastgesteld op welke leefgebieden door de cliënt problemen c.q. beperkingen worden ervaren en wat de gewenste resultaten zijn. Daarna vindt de integrale vraaganalyse plaats. Resultaat hiervan is een omschrijving van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt op de leefgebieden en de gewenste resultaten per leefgebied. Op basis daarvan wordt het plan van aanpak gemaakt. Daarin staat per leefgebied hoe de gewenste resultaten worden bereikt.
In mei 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep een aantal richtinggevende uitspraken gedaan over huishoudelijke ondersteuning en de resultaatgerichte maatwerkvoorziening. Deze uitspraken zijn verwerkt in deze Nadere Regels. Een van de eisen die de Centrale Raad stelt is dat in de beschikking concreet en bepaalbaar wordt vastgelegd wat de ontvanger van een maatwerkvoorziening mag verwachten, en dat het beoordelingsproces is vastgelegd in (beleids)regels. Daartoe is in artikel 2.1 van deze nadere regels vastgelegd dat de aanbieder die de maatwerkvoorziening zal gaan uitvoeren als onderdeel van het onderzoek een ondersteuningsplan opstelt waarin de te verrichten werkzaamheden en de frequentie hiervan wordt vastgelegd. Dit ondersteuningsplan wordt door het college beoordeeld en indien akkoord bevonden aan de beschikking gehecht.
Hoofdstuk 3 Beoordeling aanspraak