Naar hoofdinhoud
1.. De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die waarop aan de raad is bekend gemaakt dat in de benoeming is voorzien. 2.. De voorzitter van de commissie draagt er zorg voor, dat op het in het eerste lid bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden die de commissie heeft opgemaakt onverwijld in een verzegelde enveloppe en gerubriceerd als “geheim” worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. 3.. Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar. 4.. De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de commissaris of van de kandidaten worden onmiddellijk aan dezen teruggezonden. 5.. Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.

Rechtspraak bij dit artikel