Naar hoofdinhoud
1.. De bijstandsnorm voor gehuwden in wier woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verlaagd met 10% van de gehuwdennorm, tenzij de ander een bloedverwant in de eerste graad betreft; 2.. Indien de gehuwden hun woning bewonen met meer dan één kostganger en/of onderhuurder, worden de daaruit lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan met inachtneming van artikel 33 4e lid van de wet als inkomen in aanmerking genomen voorzover daarmee nog geen rekening is gehouden bij de verlaging van de norm als bedoeld in het 1e lid; 3.. De bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met 20% van de gehuwdennorm, voor zover de gehuwden lagere noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het in het geheel niet verschuldigd zijn van woonlasten dan wel indien deze in zijn geheel door een derde worden voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel