Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzen van de doelgroepen

Onderdeel van Verordening inburgering (2010)

Het college kan aan alle inburgeraars een aanbod doen voor een inburgeringsvoorziening (artikelen 19, eerste lid, en 24a eerste lid Wi). Het college is echter verplicht een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. De bevoegdheid van het college om aan vrijwillige inburgeraars een aanbod te doen was tot 1 januari 2010 gebaseerd op artikel 13b, eerste lid, Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. Met ingang van 1 januari 2010 is deze bevoegdheid in de Wi opgenomen. Op grond van de artikelen 19, vijfde lid, onderdeel a, en 24a vijfde lid onder a Wi moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeraars. Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen inburgeraars bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden. Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke kaders het college tot zijn keuze van doelgroepen moet komen. De raad kiest ervoor om in de verordening niet de criteria maar de gemeentelijke doelgroepen zelf te benoemen. In het eerste lid van artikel 3 zijn de volgende klantgroepen opgenomen: nieuwkomers oudkomers die een uitkering ontvangen op grond van één van de sociale zekerheidswetten of één van de sociale verzekeringswetten oudkomers die zelf geen inkomsten uit arbeid hebben, noch een uitkering ontvangen op grond van één van de sociale zekerheidswetten of één van de sociale verzekeringswetten werkende oud- en nieuwkomers geestelijke bedienaren nieuw- en oudkomers die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst Betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en rechtmatig in Nederland verblijft. Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan inburgeraars die niet behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeraars die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden. In het tweede lid van artikel 3 zijn de voorrangscriteria binnen de doelgroepen opgenomen. Binnen de doelgroepen hebben in ieder geval voorrang: Inburgeraars uit alle klantgroepen die (naar verwachting) een redelijk perspectief op de arbeidsmarkt hebben. Door deze voorrang willen wij bereiken dat deze mensen zo snel mogelijk kunnen participeren op de arbeidsmarkt; Inburgeraars met opvoedende taken voor kinderen jonger dan 18 jaar. Door deze voorrang willen wij bereiken dat opvoeders contacten kunnen onderhouden met school en andere instellingen waarmee de kinderen te maken hebben zodat zij in staat zijn hun kinderen te helpen bij problemen op school of elders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel