**1..** Dit artikel verstaat onder:
speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
VOG: verklaring omtrent het gedrag.
Wet BIBOB: wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur.
**2..** Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Op deze vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Het verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen , of de handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
**3..** De burgemeester weigert de vergunning:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
indien een leidinggevende/beheerder/exploitant van een speelgelegenheid de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en/of geen VOG kan overleggen die maximaal drie maand tevoren is afgegeven.
**4..** De burgemeester kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 de vergunning intrekken indien:
de bedrijfsvoering langer dan drie maanden wordt onderbroken.
zich een strafbaar feit heeft voorgedaan zoals vermeld in het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet of een gegronde vrees bestaat dat een dergelijk feit zich voor zal doen.
niet voldaan wordt aan de in de wet BIBOB gestelde eisen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:39