Naar hoofdinhoud
1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 WWB van de wet komt in aanmerking voor de Langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 105% van de voor hem geldende netto bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2.. In afwijking van het gestelde in artikel 3 onder 1 kan de Langdurigheidstoeslag ook worden toegekend aan een belanghebbende bij wie de periode van 36 aaneengesloten maanden eenmalig is onderbroken door een periode met een besteedbaar inkomen van meer dan 105% van de voor belanghebbende geldende netto bijstandsnorm, zolang de onderbreking niet meer dan 6 aaneengesloten maanden heeft voortgeduurd. 3.. In afwijking van het gestelde in artikel 3 onder 1 kan de Langdurigheidstoeslag niet worden toegekend aan mensen die zak- en kleedgeld ( bijvoorbeeld via de WWB of AWBZ) ontvangen en geen zelfstandige huisvesting hebben. 4.. Niet voor de Langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.

Rechtspraak bij dit artikel