**1..** Recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene die:
recht heeft op een uitkering krachtens de artikelen 15 tot en met 21 van de Werkloosheidswet en
werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van artikel 8:4, 8:5, 8:6 of 8:8, met inachtneming van het derde lid.
**2..** Eveneens recht op een aansluitende uitkering heeft de betrokkene die door burgemeester en wethouders op basis van artikel 10a:9 derde lid een gemeentelijke werkloosheidsuitkering is toegekend.
**3..** In afwijking van het eerste lid biedt ontslag op basis van artikel 8:6 slechts aanspraken op een aansluitende uitkering indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid die artikel 8:6, derde lid, laatste volzin biedt.
**4..** Het recht op de aansluitende uitkering ontstaat op de eerste dag van de werkloosheid, waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra de uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering zijn geëindigd op grond van artikel 20, lid 1, onderdeel e van de Werkloosheidswet.
**5..** Het recht op een aansluitende uitkering komt niet tot uitbetaling indien en voor zolang de betrokkene ter zake van eenzelfde ontslag recht heeft op suppletie, als bedoeld in hoofdstuk 11a van de CAR.
Hoofdstuk 10A › § 3.
Artikel 10a:15
Voorwaarden voor recht op uitkering / samenloop met suppletie
Onderdeel van Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling