Het bepaalde in de artikelen 3:7:1 tot en met 3:7:4 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
de ambtenaar die te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;
de ambtenaar die in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij het Korps nationale reserve.