**1.** In geval van ontslag, op grond van artikel 8:1, wordt roostervrije tijd zoveel mogelijk opgenomen gedurende de opzegtermijn. In overeenstemming met de ambtenaar kan hiervoor de maximale opzegtermijn zo nodig worden verlengd. Indien het voor de ambtenaar, in verband met het aanvaarden van een andere betrekking, niet mogelijk is om de opzegtermijn te verlengen, worden de niet opgenomen spaaruren uitbetaald ingevolge het bepaalde in artikel 4:3:3.
**2.** In het geval van ontslag op grond van artikel 8:4, 8:6 of 8:7, wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het ontslag, de roostervrije tijd op te nemen.
**3.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:13 is de ambtenaar verplicht om met ingang van de dag dat het voornemen disciplinair ontslag te verlenen aan de ambtenaar is meegedeeld, de roostervrije tijd op te nemen. Aansluitend op deze periode zal het ontslag op grond van artikel 8:13 volgen. Het ontslag gaat in de eerste dag na afloop van de roostervrije tijd.
**4.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:5 worden de reeds gespaarde spaaruren uitbetaald ingevolge het bepaalde in artikel 4 :3:3.
**5.** In het geval van overlijden van de ambtenaar worden aan de nabestaanden, met inachtneming van het bepaalde van artikel 8:16:2, de reeds gespaarde spaaruren uitbetaald ingevolge het bepaalde in artikel 4:3:3.
**6.** Ingeval het ontslag als bedoeld in de voorgaande leden een gedeeltelijk ontslag betreft, worden tussen de ambtenaar en het bevoegd gezag nadere afspraken gemaakt over de opname van de reeds gespaarde roostervrije tijd. Na het gedeeltelijke ontslag wordt het aantal spaaruren aangepast aan de nieuwe arbeidsduur.