Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7:14

Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar

Onderdeel van Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling

1.. De ambtenaar die zich niet houdt aan de regels gesteld in het verzuimprotocol, bedoeld in artikel 7:9, vijfde lid, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim. 2.. De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende of gangbare arbeid te verrichten; gedurende de eerste 52 weken wegens ziekte verhinderd te zijn geweest zijn dienstbetrekking te vervullen, weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de arbo-dienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden, dan wel weigert aangeboden passende arbeid te verrichten waartoe hij op grond van artikel 7:11, tweede lid, verplicht is; gedurende de periode na 52 weken wegens ziekte verhinderd te zijn geweest zijn dienstbetrekking te vervullen, weigert aangeboden gangbare arbeid, waartoe de arbo-dienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden, dan wel weigert aangeboden gangbare arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11, derde lid, verplicht is; der deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder b. 3.. doorbetaling van de bezoldiging, als genoemd in het tweede lid, vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel