Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8:5

Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid

Onderdeel van Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling

1. Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de betrekking. 2. Een ontslag als bedoeld in lid 1 mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden; herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van 6 maanden na de in onderdeel a genoemde periode van 24 maanden is te verwachten; het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de openbare dienst van de gemeente andere arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9. 3. Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 24 maanden wordt niet meegerekend de periode dat de vrouwelijke ambtenaar ongeschikt is voor de vervulling van haar betrekking wegens door de zwangerschap veroorzaakte ziekte tijdens de zwangerschap. 4. Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 24 maanden wordt niet meegerekend de periode dat de vrouwelijke ambtenaar zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten. 5. Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte van de ambtenaar samengeteld: indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen; indien zij worden onderbroken door een periode van vier weken of langer wegens ziekte gedurende de zwangerschap, welke ziekte veroorzaakt wordt door de zwangerschap; indien zij worden onderbroken door zwangerschaps- en bevallingsverlof. 6. Het bestuursorgaan wint voor het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, advies in bij een door de uitvoeringsinstelling daartoe aangewezen medisch deskundige. 7. De in het zesde lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een arts, aangewezen door het bestuursorgaan en, indien de ambtenaar dit wenst, een arts, aangewezen door de ambtenaar. 8. Het bestuursorgaan stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een procedure als bedoeld in het zesde lid wordt ingesteld. In deze aanschrijving wijst het bestuursorgaan de ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. 9. De aanschrijving, bedoeld in het achtste lid, geschiedt op zijn vroegst vanaf de 18e maand na de eerste ziektedag, met dien verstande dat de procedure met betrekking tot het medisch advies uiterlijk in de 24e maand na de eerste ziektedag afgerond kan zijn. 10. De in het zesde lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op dat wordt toegezonden aan het bestuursorgaan en in afschrift aan de ambtenaar. 11. De kosten van het medisch onderzoek, verricht door de in lid 6 en 7 genoemde artsen, komen ten laste van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel