** 1. .** De netbeheerder dient de bereikbaarheid voor hulpdiensten doorlopend te waarborgen, waarbij de hulpdiensten de gebouwen en werken op tenminste 40 meter moeten kunnen benaderen. De minimale doorrijdbreedte bedraagt 3,5 meter en de doorrijdhoogte 4,5 meter.
** 2. .** Brandkranen en aansluitingen voor droge blusleidingen dienen te allen tijde zichtbaar en bereikbaar te zijn.
** 3. .** De netbeheerder is verantwoordelijk voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, bedrijven en openbare gebouwen.
** 4. .** Alle (nood)uitgangen dienen over de volle breedte vrij gehouden te worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.12
Bereikbaarheid hulpdiensten
Onderdeel van NADERE REGELS KABELS EN LEIDINGEN