Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.9.

Graaf- en breekverbod

Onderdeel van NADERE REGELS KABELS EN LEIDINGEN

1.. Het college kan in de volgende situaties een graaf- en breekverbod instellen: bij extreme weersomstandigheden; bij een gesloten sneeuwdek en vorst; op de locatie waar een evenement plaatsvindt en in de directe omgeving daarvan; indien onvoorziene omstandigheden leiden tot gevaar voor de openbare orde of de veiligheid. 2.. Indien een graaf- en breekverbod wordt ingesteld op het moment dat er reeds werkzaamheden worden verricht, dan: wordt op plaatsen waar de wegverharding is opgebroken tijdelijke bestrating aangebracht en dient losliggend puin en overtollig zand te worden afgevoerd door de netbeheerder; dient opslag van materialen achter deugdelijk afgesloten bouwhekken plaats te vinden door de netbeheerder. 3.. Indien zich tijdens een ingesteld graafverbod een calamiteit of ernstige belemmering of storing voordoet in de dienstverlening, als bedoeld in artikel 2.1 lid 4 van de AVOI, dient de procedure van artikel 2.3 te worden gevolgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel