Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.11.

Gesloten verharding

Onderdeel van NADERE REGELS KABELS EN LEIDINGEN

1.. Als uitgangspunt geldt dat werkzaamheden aan kabels en leidingen onder gesloten verharding worden uitgevoerd met behulp van een sleufloze techniek. 2.. Bij gebruik van een mantelbuis moet de mantelbuis minimaal 0,50 m buiten de fundering van de gesloten verharding uitsteken. De ruimten tussen de mantelbuis en kabel of leiding moeten aan de uiteinden volledig worden afgedicht conform de daarvoor geldende normen. 3.. In die gevallen dat werkzaamheden aan kabels en leidingen onder gesloten verharding niet kunnen worden uitgevoerd met behulp van een sleufloze techniek, kan het college besluiten dat de gesloten verharding gedeeltelijk verwijderd mag worden. 4.. Bij ingraving wordt, na verdichting van de sleuf en herstel van de funderingslaag, de sleuf tijdelijk dichtgeblokt met standaard betonstenen. De betonstenen dienen te worden gelegd met de vlakke kant boven. Er mogen alleen hele betonstenen verwerkt worden. De bovenzijde van de stenen dient gelijk te zijn met de omliggende verharding.

Rechtspraak bij dit artikel