Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 13

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening Inburgering gemeente Doesburg

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste 250,= indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende boetes: De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 12, tweede lid onder a van deze verordening, bedraagt ten hoogste 500,= indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding; De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,= indien de inburgerings-plichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald; 3.. Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een handhavingsverplichting heeft, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 350,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.. Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht en indien iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 5.. Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen of niet verwijtbaarheid, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 6.. Het college zal in beleidsregels vastleggen in welke gevallen kan worden afgezien van het opleggen van een boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel