**1..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 12,
eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste 250,= indien
de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
dezelfde overtreding.
**2..** Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
boetes:
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
12, tweede lid onder a van deze verordening, bedraagt ten
hoogste 500,= indien de inburgeringsplichtige zich binnen
twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde
overtreding;
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,= indien de
inburgerings-plichtige niet binnen de door het college op
grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn
het inburgeringsexamen heeft behaald;
**3..** Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
handhavingsverplichting heeft, bedraagt de bestuurlijke boete ten
hoogste € 350,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door
het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde
termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4..** Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht en indien iedere vorm van
verwijtbaarheid ontbreekt.
**5..** Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
van dringende redenen of niet verwijtbaarheid, wordt de
belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
**6..** Het college zal in beleidsregels vastleggen in welke gevallen kan
worden afgezien van het opleggen van een boete.
Hoofdstuk 5
Artikel 13
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Inburgering gemeente Doesburg