Naar hoofdinhoud
1.. Na opening van de vergadering kan een ieder inspreken over: geagendeerde onderwerpen; stukken op de lijst ter inzage gelegde stukken van de betreffende commissie. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken tav geagendeerde onderwerpen, meldt dit tenminste 8 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken tav een stuk dat staat op de lijst ter inzage gelegde stukken meldt dit tenminste 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter kan in bijzondere gevallen de aanmeldtermijn verkorten of verlengen. 3.. De commissiegriffier deelt voorafgaand aan de vergadering aan de commissieleden mee welke insprekers zich hebben gemeld. 4.. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd, bijvoorbeeld bij een groot aantal insprekers. 5.. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan commissieleden in de gelegenheid stellen aan het eind van de inspreekbijdrage verduidelijkende vragen te stellen aan de inspreker. 6.. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan de commissie besluiten van het bepaalde in dit artikel af te wijken.

Rechtspraak bij dit artikel