1.De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op
het tijdstip bedoeld in artikel 8 alle archiefbescheiden onverwijld in een
verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar een
krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.
Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het
bepaalde in de volgende leden van dit artikel.
Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring
van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit
1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met
toepassing van artikel 15 lid 1 sub. a en c van de Archiefwet 1995
gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode
van 75 jaar.
Alle overige bescheiden en kopieën van de in dit artikel bedoelde
bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.