Naar hoofdinhoud
De in artikel 2 genoemde bedragen worden alleen tot het volle bedrag uitbetaald, indien ten minste twaalf oefeningen per jaar worden bijgewoond. Worden jaarlijks zes of meer, maar minder dan twaalf oefeningen bijgewoond, dan bedraagt de vergoeding zoveel twaalfde gedeelten van de voor de desbetreffende functionaris geldende jaarvergoeding, als er oefeningen zijn bijgewoond. Worden minder dan zes oefeningen per jaar bezocht, dan wordt geen vergoeding als bedoeld in artikel 2 genoten. In gevallen waarin de toepassing van dit artikel tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onredelijke uitkomst leidt, zijn zij bevoegd ten gunste van belanghebbende een beslissing te nemen, welke met de strekking van deze verordening overeenkomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel